Geen route, wel richting
In Ethiopië fietste ik soms urenlang zonder kaart.
Ik kende twee grenzen: westelijk de asfaltbaan, oostelijk de grote rivier richting Gondar, waar ik woonde. Daartussen reed ik op ezeltracks, bospaadjes en wandelwegen. Soms wist ik ongeveer waar ik zat. Soms dacht ik dat alleen maar.
Op een bepaald moment was ik echt verloren.
In mijn gebrekkig Amhaars probeerde ik uit te leggen waar ik naartoe moest. Een man begreep me. Hij nam me mee omhoog, tot op een bergkam. Daar wees hij in de verte naar Gondar.
Daar.
Meer kreeg ik niet.
Geen route. Geen uitleg. Geen veilige weg terug naar de hoofdbaan. Alleen richting.
Ik denk daar de laatste tijd vaak aan terug.
Veel mensen zoeken vandaag een kaart. Begrijpelijk. De wereld beweegt snel. Technologie versnelt. Markten kantelen. Organisaties schuiven. Wat gisteren werkte, werkt vandaag soms nog half. Net genoeg om eraan vast te houden. Te weinig om er nog op te bouwen.
Dat is misschien het lastigste aan deze tijd.
Oude recepten bewaren nog even de schijn van werkzaamheid.
“Een betere kaart helpt je niet wanneer de kaart een ander land beschrijft.”
Wat je dan nodig hebt, is een kompas. Geen zekerheid. Alleen richting terwijl je nog altijd zelf door onbekend terrein moet bewegen.
Daar begint voor mij leiderschap: durven bewegen voor alles bewezen is, voelen dat iets klopt voordat iedereen het al ziet, richting geven zonder te doen alsof de route al vastligt.
De oude kaart blijft verleidelijk
Onder druk krijgt het verleden snel opnieuw gezag. We keren terug naar wat we kennen: het model dat ooit rust bracht, de taal, de controle, de structuur, de reflex die vroeger hielp.
Bij mij zit daar een gevoelig punt. Ik word snel allergisch aan regressie: de oude kaart opnieuw bovenhalen, net wanneer het terrein veranderd is. Meer analyse. Meer controle. Meer uitleg. Meer precisie op een kaart die het landschap al niet meer beschrijft.
Misschien is jouw reflex een andere. Sneller beslissen. Alles zelf vastpakken. Stilvallen. Cynisch worden. Consensus zoeken tot niemand nog beweegt. Grote woorden gebruiken om twijfel te maskeren.
Iedereen heeft zo’n plek waar onzekerheid een oud patroon wakker maakt. De vraag is of die reflex ons nog helpt.
Wie probeert, staat kwetsbaar
Wie iets nieuws probeert, krijgt zelden meteen applaus. Eerst komt er weerstand. Daarna kan het stil worden rond je voorstel. En als het maar half lukt, volgt soms nog een derde beweging: achteraf beoordeeld worden alsof je alleen had mogen proberen wanneer je vooraf al zekerheid had.
“Wie iets nieuws probeert, betaalt soms drie keer: eerst met weerstand, dan met alleen staan, daarna met beoordeling achteraf.”
Zo wordt initiatief duur (en ontstaat wat sommigen handelingsverlegenheid noemen).
Ik herken dat. Een voorstel dat later tegen je gebruikt wordt, laat sporen na. De volgende keer schuif je trager, zoek je meer dekking en begin je jezelf te beschermen tegen het risico van initiatief.
We vragen mensen om te veranderen, te vernieuwen, eigenaarschap te tonen. Tegelijk maken we het vaak veiliger om te wachten, of om te herhalen wat eerder aanvaard werd. Ook wanneer iedereen voelt dat het niet meer volstaat.
Zin als richting en goesting
Daarom gebruik ik graag het woord zin.
Zin draagt voor mij twee betekenissen tegelijk: richting en goesting. Richting zegt waarheen. Goesting zegt waarom je nog wil bewegen.
En precies die zin maakt moraal sterker wanneer zekerheid wegvalt. Niet de moraal als regelboek, maar de moraal als veerkracht – de bereidheid om door te gaan terwijl de kaart nog ontbreekt.
Ergens zin in hebben gaat over de innerlijke bereidheid om te stappen terwijl je de volledige weg nog niet ziet.
Dat is ook wat ik bij Outward Bound telkens mogelijk zie worden. Neem nu het team van Umicore met wie we de grot ingingen. Vooraf was er aarzeling. Logisch. Een grot is geen vergaderzaal: je hebt geen overzicht, je kan de ruimte niet naar je hand zetten en je kan geen gang verleggen omdat die beter past bij je plan.
Je moet werken met wat er is.
In sommige passages hoor je alleen de persoon voor je en achter je. Je beweegt trager. Je tast af. En tegelijk zijn er voortdurend keuzes. Een bredere doorgang. Een smallere passage. Iemand laten voorgaan. Zelf eerst proberen.
Geen grote theorie. Wel kleine beslissingen in onzekerheid. Precies daar begint het innerlijk kompas te werken. Het helpt je signalen lezen: in jezelf, in de groep, in wat de situatie vraagt. Hoe meer je opmerkt, hoe meer keuzes je hebt.
En soms gebeurt dan iets merkwaardigs. Wat jij voelt, benoemt iemand anders. De groep begint mee te bewegen. Wat eerst onzeker was, begint te kloppen: broos, onaf, maar herkenbaar.
Dat is resonantie. Je voelt het in jezelf, je hoort het terug bij een ander, en de groep begint mee te trillen in dezelfde richting.
“Resonantie is geen bewijs. Het is vertrouwen dat onderweg begint te groeien.”
En precies dat geeft goesting om door te gaan.
Zin vinden in onzekerheid
In veranderende contexten ligt er zelden één juiste route klaar. Er zijn doorgangen. Sommige zijn te smal voor de ene en net aantrekkelijk voor de andere. Sommige vragen meer vertrouwen, andere meer geduld. Soms keer je terug. Soms merk je pas onderweg waarom iets werkt.
De vraag is dan groter dan: wat is het plan? De vraag wordt: wat leren we, wat merken we op, wat voelen we terwijl we bewegen?
In onzekere tijden verlangen mensen snel naar iemand die de weg zeker lijkt te kennen. Dat is menselijk. Als de grond beweegt, zoeken we houvast. Maar de luidste stem brengt zelden het dappere antwoord of een zoekend voorstel. Ze grijpt naar wat haar past, niet naar wat het terrein vraagt.
Een kompas is eerlijker. Het belooft geen rechte lijn. Het zegt alleen: daarheen. Blijf voelen. Blijf kijken. Blijf bewegen. Corrigeer onderweg.
Misschien is dat wat leiderschap in deze tijd zo kwetsbaar maakt. We moeten richting geven terwijl we zelf ook merken hoe graag we soms een oude kaart zouden terugvinden. We moeten mensen meenemen zonder zekerheid te spelen. We moeten goesting houden terwijl het bewijs nog onderweg is.
En precies daarom hebben we plekken nodig waar we opnieuw leren opmerken wat klopt: in onszelf, in de groep, in de richting die zich langzaam toont.
Leiderschap begint niet wanneer onze reflexen verdwijnen. Het begint wanneer we ze herkennen en toch opnieuw richting zoeken.
Ik kreeg in Ethiopië geen kaart. Alleen een bergkam, een horizon en een vinger die wees. Daarheen.
Soms is dat genoeg om opnieuw te vertrekken.
Stay Human.
Ik ben Kobe. Ik ben gevormd als psycholoog. Als directeur van een opvangcentrum voor vluchtelingen bij Fedasil, als trainer en consultant in Ethiopië, en nu als Executive Director van Outward Bound Belgium. Wat mensen drijft, verbindt en soms tegenhoudt: daar blijf ik graag nieuwsgierig naar. Van boardroom tot rotswand is de rode draad in mijn leven hoe we mens kunnen blijven in een wereld die dol draait.
Bronnen
Koen Schoors, Alles wordt anders … en beter. Borgerhoff & Lamberigts, 2024. Susan David, Emotional Agility. Avery, 2016.